Actueel Beleid Vogels Foto's Belvedere Links Contact
 

Natuur- en milieucoöperatie Rivierduingebied

  Waarnemingen in het Rivierduingebied

Najaar 2014
30.11.2014  30 foto's

Het volgende overzicht bestaat uit foto's van vogels waargenomen in het rivierduingebied in het najaar van 2014.




Overzicht 2012
26.11.2012  22 foto's Het volgende overzicht bestaat uit foto's van vogels waargenomen in het rivierduingebied in 2012.




Vreemde vogels
29.04.2012  3 foto's In het vroege voorjaar zijn er een aantal kraanvogels gespot in het Rivierduingebied. Deze vogels waren op weg van zuid naar noord op weg naar hun broedgebied in het noorden en oosten van Europa.
Normaal vliegen de kraanvogels over het oosten van ons land, maar door de op dat moment aanwezige dichte mist zijn ze iets afgeweken van hun vaste route.
Jammer voor de spotters en ook voor de vogels zelf, door de mist hebben ze weinig kunnen genieten van het mooie Rivierduingebied.

(Wikipedia)
De (Euraziatische) kraanvogel (Grus grus) is een vogel die in nat grasland en hoogveenmoerassen te vinden is. Deze soort wordt ook wel aangeduid met de naam "Europese kraanvogel". Kraanvogels aangeduid als familie Gruidae, waar er 15 ondersoorten van bekend zijn. Kraanvogels zijn actieve vogels die zeer opvallen door hun balts en dans waarmee ze zelfs luidruchtig naar elkaar roepen. Vooral in het voorjaar wanneer wat oudere vogels hun broeddrift tonen, is hun dans bijzonder mooi: tijdens de dans springen de beide vogels met uitgestrekte vleugels om elkaar heen en springen soms enkele meters hoog.




Toppers
20.12.2011  1 foto Ze zijn met z’n vijven, vijf toppredatoren op het raster, op de weg en in het gras van de IJsselmeerdijk. Buizerden zijn het, gewone buizerden, ieder loerend op een stukje prooi .
Het is niet altijd makkelijk om aan voedsel te komen voor een vleeseter aan de top van de voedselpiramide. En al die meeetende wintergasten maken de spoeling dun.

Deze vijf zijn afgekomen op een buitenkansje. Dat kansje moet wel bevochten worden want het is ieder voor zich en de sterkste of de slimste trekt aan het langste eind.
Of de brutaalste, met de meeste lef; met andere woorden: wie het eerst komt. De vogel van de foto durft als eerste weer op de prooi terug te komen nadat ze alle vijf zijn opgeschrikt door langsrijdend verkeer en een loslopende fotograaf. Hij laat zich tot op korte afstand benaderen, een teken dat hij z’n kans graag benut. Honger maakt hem tot een echte durfal.

Het is een grote prooi maar het kost moeite om er hapklare brokken van los te trekken. Door z’n klauwen er in te slaan, een stukje in z’n snavel te nemen, zich te rekken bij het trekken en zo nodig kracht bij te zetten door met z’n vleugels te slaan, lukt het af en toe. Voedsel geeft energie maar het veroveren en verorberen kost energie. En dan moet ook de concurrentie nog op afstand worden gehouden. Een buizerd is niet kieskeurig, muizen zijn de belangrijkste prooidieren maar ook regenwormen en aas, staan op z’n menulijst. Kadavers (aas) zijn het makkelijkst te bemachtigen maar die zijn niet altijd voor handen.

Dit slachtoffer moet als aas bemachtigd zijn. Het is te groot om als levend dier te zijn geslagen en bovendien te gevaarlijk voor een buizerd.
Het blijkt een verkeersslachtoffer: een vos. De zesde topper in het overlevingsspel.



Meer onverwachte gasten
18.10.2011  3 foto's Dit jaar kan de boeken in als een jaar met veel verrassingen.

Eind augustus zagen verschillende leden van de coöperatie een zwarte ooievaar op hun land. Hoewel de soort in het verleden tot onze broedvogels hoorde, is hij tegenwoordig een schaarse doortrekker. Maar het is er wel een die zich steeds vaker laat zien in Nederland. De Europese vogels breiden hun broedareaal vanuit de oorspronkelijke broedgebieden in Midden-Europa geleidelijk uit in onze richting. Inmiddels zijn de meeste buurlanden al opnieuw gekoloniseerd.
De Europese vogels broeden veelal in bossen langs laaglandrivieren. Bij natuurontwikkeling langs onze grote rivieren is dan ook rekening gehouden met een mogelijke terugkeer.

Op 17 oktober 2011 konden twee andere vogels op de lijst van verrassingen worden bijgeschreven. Net buiten de grenzen van het Rivierduingebied aan de oever van het IJsselmeer showde een kleine alk uitgebreid z’n duikkunsten bij de netten van een IJsselmeervisser.

Nog meer onverwachte gasten.

Uitgevoerd als knuffeldier zou het beestje het waarschijnlijk goed doen in wieg en ledikant. Vanuit zwemhouding dook het herhaaldelijk met gespreide vleugels de diepte in. Luchtbelletjes maakten duidelijk in welke richting. Zodra hij onder de waterspiegel verdween, maakte hij als een minipinguïn, slagen met z’n vleugels. Op die manier bleek het zich verrassend snel te kunnen verplaatsen. Meestal na zo’n 30 of meer tellen kwam het weer boven om in no-time opnieuw onder het wateroppervlak te verdwijnen.
Het dier moet van ver gekomen zijn. Kleine alken zijn hoogarctische broedvogels. Spitsbergen is de dichtstbijzijnde Europese broedplaats van betekenis, met naar schatting 1 miljoen broedparen.
Kleine alken overwinteren op zee ten zuiden van de rand van het pakijs. Naar onze richting vormt het noorden van de Noordzee de zuidgrens van hun overwinteringsgebied. Jaarlijks overwinteren zo’n miljoen kleine alken op de Noordzee, waarvan >10.000 in Nederlandse wateren. Tot de jaren 80 van de vorige eeuw was de soort voornamelijk bekend van influxen. Daarbij kunnen ze tot in ver zuidelijk gelegen wateren doordringen. Tijdens zulke invasies, die zich overigens niet zelden voordoen (64x sinds 1840), stranden er vaak vermagerde vogels op de kust en verschijnen enkelingen soms tot ver in het binnenland.
Of de waargenomen kleine alk zich hier ook ophield tengevolge van een influx is (nog) niet duidelijk, of hij vermagerd was ook niet. Dat het beestje zich, met zijn vermakelijke techniek druk bezig hield met de jacht op waterdiertjes was dat wel.

De tweede verrassing op diezelfde dag was een draaihals, die neerstreek op een van de basaltblokken waarachter de kleine alk zo druk doende was. De draaihals is een zeldzame broedvogel en een schaarse doortrekker in ons land. De neergestreken vogel was ongetwijfeld een van die schaarse doortrekkers.
De soort broedt bij voorkeur in open terrein met loofbomen of in oude naaldbossen. De Veluwe is het belangrijkste Nederlandse broedgebied.
Draaihalzen horen tot de spechtenfamilie. Zoals bij meer leden van die familie, bestaat het voedsel voornamelijk uit mieren.
Deze draaihals bevond zich precies op de binnenlandse trekroute langs de oostkust van het IJsselmeer en Markermeer. Na een korte vlucht naar het gras op de dijk - misschien een vergeefse poging om mieren te vinden- vloog hij naar de smalle, begroeide strook onderaan de dijk. Een nat milieu waarin geen mieren zijn te verwachten. Toch bleef hij daar voedselzoekend rondhangen tot hij uit het zicht verdween.

Ook dat was niet verwacht.




Verdwaald
8.9.2011  6 foto's In de eerste drie weken van augustus hield zich een zwerver op in het Rivierduingebied. Van ver gekomen, voegde hij zich onopvallend bij de grote massa: een steppekievit.

Ruud van Beusekom van Vogelbescherming Nederland laat in dagblad Trouw weten dat de soort vanaf 1800 47 keer in Nederland is waargenomen. Een echte zeldzaamheid dus. En zeldzaamheden kunnen rekenen op veel belangstelling. Het was dan ook niet de vogel maar het waren de vogelaars die de meeste aandacht trokken. Terwijl de vogel, vaak niet of nauwelijks zichtbaar, foerageerde, rustte, opvloog en weer neerstreek als lid van een grote groep “gewone” kieviten en een indrukwekkend aantal goudplevieren deden zij kond van wat daar in het veld aan bijzonders was ontdekt. Niet alleen de bewoners van het Rivierduingebied, niet alleen vogelaars maar het hele Nederlandse publiek werd op de hoogte gebracht via internet en landelijke pers. Daardoor weten we nu wat meer over die ene sterk bedreigde soort: Vanellus gregarius. Ook onze kievit is een Vanellus maar dan Vanellus vanellus. Het geeft de nauwe onderlinge verwantschap aan tussen de twee. Ze zijn niet alleen familie maar horen ook nog eens tot hetzelfde geslacht. Geen wonder dat gregarius’ gedrag naadloos aansluit bij dat van vanellus.

Hoewel de berichtgeving erover niet eenduidig was, meldde van Beusekom dat het om een jonge vogel ging. Jonge vogels zijn het meest zwerflustig. Zij zijn het dan ook meestal die na het broedseizoen zo nu en dan vanuit de centraal Aziatische broedgebieden afdwalen tot in West-Europa. Net als onze kieviten hebben ook steppekieviten te lijden van verlies aan geschikt broedgebied. De droge steppen en zoutwatermoerassen waar ze broeden worden meer en meer in cultuur gebracht. De totale populatie bestaat nog uit slechts 11.200 vogels.

Of … zou deze steppekievit het Rivierduingebied hebben opgezocht om de aandacht te vestigen op de inspanningen van Natuur- en Milieucoöperatie voor behoud van de kievit in haar gebied? Hoe dan ook, de vogel mocht dan zijn verdwaald hij bevond zich wel op een uitgekiende plek.



Werken aan biodiversiteit werkt!
11.07.2011  3 foto's De toegevoegde waarde van bloeiende akkerranden en plasdras is onmiskenbaar. Het warme, droge voorjaar is voor veel planten en insecten in de akkerranden goed geweest. In de loop van mei en juni werd het Rivierduingebied plaatselijk opgefleurd door het wit van echte kamille, het rood van dagkoekoeksbloemen en het geel van rolklaver. Inmiddels bepalen duizendblad, bermooievaarsbek, luzerne en hier en daar wat klaprozen de kleurenrijkdom van de akkerranden.

Belangrijker dan de kleur is de nectar in de bloemen. Er komen talloze insecten op af. In juni werden voor het eerst kolibrievlinders gezien. Met hun lange roltong dronken ze de nectar van luzernebloemen. Tot nu toe zijn er 4 waargenomen maar dat aantal zal waarschijnlijk nog toenemen. Kolibrievlinders zijn trekvlinders, die in april en mei vanuit Zuid-Europa naar het noorden vliegen. De volgende generatie neemt in oktober de terugreis voor z’n rekening.
Onder normale omstandigheden worden er 100 tot 200 in Nederland gezien. In warme zomers kunnen er wel duizenden verschijnen. En in zachte winters kunnen ze hier ook overwinteren. Bij een opwarmend klimaat kunnen we verwachten dat het aantal zal toenemen. Al vanaf 2003 is de vlinder een vaste zomergast in ons land.
Volgens de Vlinderstichting zijn de waargenomen exemplaren al nakomelingen van de in april en mei aangekomen kolibrievlinders.
Hun naam hebben ze te danken aan de manier van nectar zuigen, die precies lijkt op die van de Noord- Amerikaanse kolibries. Met razendsnelle vleugelbewegingen blijven ze voor een bloem hangen. Door hun lange tong tot in de bloembuis te steken kunnen ze bij de nectar komen.

Ook in het plasdras bij fam. Bosma en Blaauw zijn dit jaar weer nieuwe soorten verschenen. Behalve groenpootruiters, zwarte ruiter, tureluurs, bosruiters en witgatjes zat er in het voorjaar ook een kleine plevier. Op 30 juni, terwijl al het water bij J. Blaauw uit het plasdras was verdwenen, liep er een op kleine afstand ervan bij regenplassen tussen de witlofruggen.
Of het dezelfde en de enige vogel was is niet duidelijk. Wel duidelijk is dat plasdras een zeer geschikt habitat is voor de kleine plevier en dat toekomstige broedgevallen van deze nauwe verwant van de bontbekplevier zeker binnen de mogelijkheden is gekomen.
Nieuw habitat en nieuw beheer brengt nieuwe soorten. Werken aan biodiversiteit, werkt!



Nieuwkomer en droogte
27.05.2011  2 foto's Niet geheel onverwacht maar toch...
In twee akkerranden, één met veel bloeiende kruiden en één met kruiden en luzerne, werden vandaag grasmussen waargenomen.Twee paartjes en een enkel mannetje. Alle mannen lieten op niet mis te verstane wijze, van zich horen. Zingen heet het, maar voor grasmussen betekent het schetteren, zo luid en zo vaak je kan. Ze broeden graag laag bij de grond. Meestal kiezen ze daarvoor een struik uit maar stevige kruiden als luzerne en dagkoekoeksbloem, zelfs graspollen kunnen ook dienst doen.
Hun territoriale zang, het herhaaldelijke wegduiken in de begroeiing en er langdurig in verborgen blijven, wijzen op serieuze broedpogingen.
De mannen lieten zich het best zien en horen. Daarvoor gebruikten ze voornamelijk oude uitgebloeide stengels, die net iets boven de rest uitstaken.
In een vergelijkbaar, grootschaliger project van Staatsbosbeheer is de grasmus de talrijkste broedvogel. In de akkerranden van de coöperatie werden ze nog niet eerder waargenomen. Hoewel dus niet helemaal onverwacht is de grasmus in onze randen wel een nieuwkomer.

Boeren en vogels kampen met eenzelfde probleem.
Voor een aantal gewassen is beregening in dit droge voorjaar onontbeerlijk. Voor de bollen is het al gauw te droog dus de beregeningsinstallaties draaien overuren. Vandaag bleek dat niet alleen de tulpen erbij gebaat zijn.
Veel huis- en boerenzwaluwen zijn nog druk bezig met nestbouw. Daarvoor is natte of vochtige klei nodig, liefst op korte afstand van de nestlocatie.
Als het niet op korte afstand te vinden is, vliegen ze verder om aan hun bouwmateriaal te komen. Dat kost wel meer energie. En dat na een meer dan 5000 km lange reis uit Afrika. Of dat ten koste gaat van hun broedsucces zal o.a. afhangen van de af te leggen vliegafstand.
De huiszwaluwen op de foto haalden de klei op zo’n 500 meter van de kolonie op een vochtige plek naast de tulpen. Het was er een drukte van jewelste dus veel keus hadden ze blijkbaar niet. De oplossing voor het probleem van de boeren blijkt tegelijk de oplossing voor de zwaluwen. Ze kampen dan ook met hetzelfde probleem: droogte.

Klik hier voor een video van de huiszwaluwen.




Ieder zijn voorkeur
28.02.2011  4 foto's Het kan nog alle kanten op, het kan nog letterlijk vriezen en dooien maar ... katjes groeien en de vroegste bloeien.

Elzen, horend tot de vroegst bloeiende bomen zijn veelvuldig aangeplant in de bossen en houtwallen van het Rivierduingebied. De in bloei komende elzenkatjes zijn prachtig met kleurschakeringen van paars naar geel. Ze zijn vooral mooi in combinatie met het bruin van de oude elzenproppen. Die proppen zijn net mini dennenappeltjes, klein van stuk maar groot in getal en groot in betekenis.

Sijsen en barmsijsen maar ook putters en pimpelmezen peuteren er graag de zaadjes uit. Verreweg de meeste sijsen brengen bij ons alleen (een deel van) de winter door. En dat ook nog eens in sterk wisselend aantal en in sterk wisselende perioden. Elzen staan elke winter weer garant voor een voedselvoorraad van jewelste. Maar zolang er in noordelijker gebieden voldoende sparrenzaad te vinden is, is er geen noodzaak voor sijsen om verder te trekken.

De trosjes breken aan het eind van de winter makkelijk af. Onder de bomen is de grond straks bezaaid met de oude vruchten.

sijsen wagen zich niet zomaar op de grond, buiten de veiligheid van de boomkruinen. Maar voor de vederlichte acrobaten is dat geen probleem. Er hangt nog genoeg. Groepjes sijsen zijn op het ogenblik op veel plaatsen in het Rivierduingebied te horen. Hun gezellige, zacht klinkende en toch duidelijke brabbelende geluidjes, komen vaak hoog uit de boomkruinen.

De voedselvoorraad doet denken aan de wintergraanranden zoals die bij een aantal leden van de coöperatie te vinden zijn. Tussen houtwal en graanrand bij het fietspad langs de Vuursteentocht vliegen ringmussen, kepen en vinken heen en terug van houtwal naar de graanvoorraad terwijl in de houtwal putters en sijsen zich tegoed doen aan een overdaad van elzenzaad.

Ieder z’n voorkeur.



Geen zorgen en toch rusteloos
16.11.2010  4 foto's Geen rivalen meer die het op je partner hebben voorzien, geen nest meer om op orde te houden, geen jongen meer om voor te zorgen. Een graanstrook bij de hand die garant staat voor een probleemloze winter. Deze ringmussen schijnen vandaag niet anders te hoeven doen dan genieten van een prachtige najaarsdag met 10 graden Celsius en volop zon.

De buren van de overkant vinden het blijkbaar ook want regelmatig steken ze even over om gezellig te komen buurten. Ze kwetteren en poetsen wat, samen met een groepje huismussen ook van hier en van de andere kant van de weg.

Echter ...

Achter alle deze gezelligheid gaan strategieën schuil, overlevingsstrategieën. Samen optrekken is veiliger. Gevaren, waarschuwingssignalen, vluchtrichtingen worden in een groep sneller duidelijk dan wanneer je in je eentje bent. Bovendien wordt de kans gegrepen te worden door een roofvogel aanzienlijk kleiner met zoveel potentiële slachtoffers aan je zij. Doorgaans lukt het met z’n allen ook sneller om voedsel te vinden. Dat is hier nauwelijks aan de orde. De voorraad graan naast het erf lijkt onuitputtelijk. Je hoeft er alleen maar naar toe te vliegen.

Toch blijkt dat kleine stukje vliegen nog een hele operatie. Neem nou die ringmussen van de buren. Ze steken de weg over om dichterbij het felbegeerde graan te komen maar verdwijnen eerst in een van de struiken. Daar nemen ze deel aan het sociale leven als lid van de groep. Van lieverlee komen er vogels naar de buitenste takken om de omgeving en de andere groepsleden goed in de gaten te kunnen houden. Af en toe vliegt er één, een klein stukje omhoog of naar voren en weer terug. Uit de meeste vluchtjes spreekt aarzeling. Angst voor het overbruggen van de open ruimte. De groep wacht de afloop af want … een sperwer zit in een klein hoekje.

Ten slotte wagen enkele vogels zich naar het graan. Daar lijken ze opnieuw in te verdwijnen. De andere kijken toe. Zolang er geen onverwachte dingen gebeuren, volgen ze in kleine groepjes. Eindelijk tijd om rustig te eten. Nog geen twee minuten later vliegt de hele groep ineens op uit het graan -naar het schijnt, hevig geschrokken- en vlucht terug naar de struiken waaruit de vogels zijn vertrokken. De gebeurtenissen zullen zich keer op keer herhalen, een winterlang rusteloos.

Huis- en ringmus zijn allebei als gevoelige soort opgenomen in de Nederlandse Rode Lijst van broedvogels. Voedselgebrek schijnt de belangrijkste oorzaak te zijn van hun achteruitgang. Bij onze leden zijn huis- en ringmus nog algemeen voorkomende soorten. Goed dat we veel prachtige boerenerven hebben met o.a. dichte struiken. Goed dat we leden hebben die er ook nog eens aan meewerken dat er voldoende voedsel beschikbaar is om de winter door te kunnen komen.



Variatie
22.08.2010  3 foto's Onze leden doen op verschillende manieren aan agrarisch natuurbeheer. Een ervan is het beheren van stroken die met grassen en kruiden zijn ingezaaid. Vogels profiteren vooral van het extra voedsel in de vorm van insecten, spinnen en zaden. Tussen de gezaaide planten vestigen zich spontaan andere plantensoorten, die meeprofiteren van het speciale beheer. Ook die kunnen een grote aantrekkingskracht op vogels hebben.

Zo heeft deze volwassen putter het voorzien op de zaden van een akkerdistel. Zijn rode aangezichtsmasker bestaat uit korte, stijve veertjes die bescherming bieden tegen de plantenstekels. Jonge putters missen die rode veertjes nog. Mogelijk kiezen ze daarom vaker dan hun ouders voor niet zo stekelige planten, zoals knoopkruid en veldzuring.

Putters hebben een iets smallere en langere snavel dan andere vinkensoorten. Daardoor kunnen ze zaden bereiken die de familieleden aan zich voorbij moeten laten gaan. Het mannetje heeft een iets langere snavel dan het vrouwtje, waardoor hij net wat verder tussen stekels door kan dringen dan zij.
Jong en oud, vrouw en man, nauw of ver verwant, ze profiteren allemaal op hun eigen manier, optimaal van het voedselaanbod. Dat dient dan wel in de nodige diversiteit aanwezig te zijn.

Laat in het broedseizoen zien we nogal wat putters met hun jongen in de bloeiende kruidenstroken. Die zijn in die periode dan ook rijk gevarieerd.



Weer of geen weer, eten!
20.02.2010  2 foto's Al vanaf december vorig jaar vliegen vogels heen en weer tussen graanstrook en houtwal. Bomen en struiken dienen als veilig toevluchtsoord, de graanstrook als permanent gedekte tafel. Hoe korter de afstand tussen de voedselplek en struiken, hoe kleiner het risico te worden gegrepen op de heen- of terugweg. Een korte vlucht kost bovendien maar weinig energie. En daarmee dient zuinig te worden omgesprongen. Alertheid, snelheid en wendbaarheid zijn andere troeven in de strijd om het bestaan. Herhaaldelijk wordt de maaltijd onderbroken.
Ondanks de ijzersterke overlevingstactiek is het tenminste een van de vogels niet gelukt op tijd weg te komen. Plukresten tussen graan en houtwal tonen aan dat ook een sperwer een aantal troeven in klauwen heeft, waarmee hij dezelfde strijd voert.
Meer dan 100 vinken, ringmussen en rietgorzen, meestal vergezeld van wat merels en soms een gaai, hebben een goede plek gevonden langs de Vuursteentocht. Hun langdurig verblijf wijst op een viersterren-arrangement. Daarmee kunnen in elk geval alle winterse weersomstandig-heden moeiteloos worden getrotseerd.



Boeren, vogels en een echte winter
05.02.2010  4 foto's Leden van de coöperatie zaaiden gras voor ganzen en graan voor zaadeters. December en januari brachten vorst en sneeuw. Duizenden ganzen, honderden veldleeuweriken en holenduiven, maar ook vinken, rietgorzen, ringmussen, huismussen, houtduiven, zwarte kraaien, kauwtjes en eksters profiteerden van de voedselvoorraad.



Het ijzer smeden als het heet is
14.07.2009  1 foto Veel jonge boerenzwaluwen uit de eerste legsels hebben hun nest verlaten. Dat betekent niet dat ze ook al voor zichzelf kunnen zorgen. Ze blijven nog een tot twee weken sterk afhankelijk van hun ouders. Die drijven hen in deze kwetsbare periode elke dag terug naar het nest om er gezamenlijk de nacht in door te brengen. Overdag vangen ze vliegende insecten voor hen net als voor zichzelf. De lucht is het rijkst gevuld bij mooi weer tijdens de warmste middaguren. Op goede vangdagen worden de jongen extra volgestopt. Morgen kan het anders zijn. Als het koud is, of regent, dan is er geen insect te vinden. Je moet het ijzer smeden als het heet is.




Tussen gras en paardenbloemen
01.05.2009  2 foto's
Goed gegokt door de ouders. Dit gras wordt pas in juni gemaaid.De nog opdrogende kievitpullen zullen snel het nest verlaten en verdwijnen tussen gras en paardenbloemen. Omringd door zo veel veiligheid en voedsel, lijken de vier -ja, vier- verzekerd van een goede toekomst. Contact-, lok-,en alarmgeluiden houden het gezin bijeen. Lichamelijk contact doet de rest.




Dappere kieviten
09.04.2009  2 foto's
Op 11 april vonden Geert Dijkstra en Bokke Haanstra de eerste jonge kieviten op het land bij Johan van Eijden. Kwetsbaar, donsbolletjes levend op veel te grote voet. Toch zien ze er dapper uit. Hoe kwetsbaar is kwetsbaar? Behalve een voedselvoorraad voor de eerste dag kregen ze ook beveiliging mee. Het donskleed vervaagt hun contouren en door de grote witte vlekken is hun verschijningsvorm in losse delen opgesplitst. Camouflage waaraan menig militair een puntje kan zuigen.
Bovendien kwamen ze goed getraind de eischaal uit. Een vitaal kuiken drukt zich zodra het alarmsignaal van de ouders klinkt en bij toenemende dreiging kruipt het zo mogelijk, nog dieper in de begroeiing. Diverse waarnemers zagen bovendien dat ouders waarvan een jong niet snel reageerde, flink onder handen (de snavel) werd genomen. Heerst er binnen het kievitengezin ook nog eens een militaire discipline?




Langdurig tafelen
19.02.2009  1 foto Een regenworm levert minder voedingsstoffen op dan bijvoorbeeld een muis. Niet alleen omdat een worm kleiner is, ook omdat er verhoudingsgewijs veel meer water en zand in zit. Toch houden buizerden zich nogal eens bezig met wormenjacht. Op geschikte plekken en tijdstippen met veel aan de oppervlakte komende wormen is het kennelijk de moeite waard.Een buizerd kan of liever gezegd: "moet" zich er urenlang mee bezig houden om voldoende voedsel binnen te krijgen. Met kleine beetjes tegelijk is het lang tafelen.




Het ijs is snel gebroken
19.02.2009  1 foto Achteraan een volwassen knobbelzwaan, in het midden een jonge wilde zwaan, vooraan een jonge knobbelzwaan, de overige zijn volwassen wilde zwanen. Er zijn enkele waterplassen blijven staan op een open akker bij fam Bosma aan de Klokbekerweg. Nachtvorst zorgde voor een laagje ijs. Op het grasland zijn de kleine zwanen verdwenen. Er graast nog een groep van 81 wilde zwanen en knobbelzwanen en 10 nijlganzen. Een aantal wilde en knobbelzwanen lest er de dorst tijdens een sneeuwbuitje. Het ijs is snel gebroken, zowel tussen de soorten als letterlijk.




Samen uit samen thuis?
11.02.2009  2 foto's Multicultureel samenleven is voor deze wilde en kleine zwanen kennelijk geen moeilijke opgave. Met nog zo'n 65 wilde, 25 kleine, 35 knobbelzwanen en 20 nijlganzen voelen ze zich op het ogenblik goed thuis op het grasland van fam. Bosma aan de Klokbekerweg. Dat de wilde en kleine zij aan zij optrekken, komt niet door een gezamenlijke herkomst, de broedgebieden liggen vrijwel gescheiden. De kleine zwaan arriveert vanaf september/oktober in Nederland en de wilde minstens een maand later. Een ontmoeting zoals op de foto kan dus alleen op gezamenlijke foerageerplaatsen in het overwinteringsgebied tot stand komen. "Samen uit" zou je kunnen denken maar "samen thuis"? Nee.
Zo om en om en naast elkaar zijn ze niet moeilijk van elkaar te onderscheiden: de kleine kleiner de wilde groter.Bij het zien van één soort lukt dat het best door op de gele snavelvlek te letten. Die loopt bij de wilde zwaan uit in een punt en is bij de kleine kleiner en afgerond.




Vergankelijke schoonheid
08.12.2008  2 foto's 's Winters verblijven elk jaar wel één of twee blauwe kiekendieven in het Rivierduingebied. Wat een schitterende soort is dat toch! Meestal zie je ze tijdens het jagen. In schommelende vlucht zoeken ze bij voorkeur de ruigere begroeiing van slootkanten en natuurstroken af . Na het ontdekken van een mogelijke prooi, volgt onmiddellijk een acrobatische wending. Met gespreide vleugels gaat het even omhoog voor een goede inschatting en weer omlaag om het slachtoffer, bijna altijd een muis, uit de begroeiing te grissen. Lange, kale, poten en tenen voorzien van sterke, scherpe, gekromde klauwen zijn een prachtige, tegelijk doeltreffende uitrusting. Uit waarnemingen dit najaar bleek dat er in ieder geval twee, een vrouwtje en een mannetje, in het gebied aanwezig waren.

Een mannetje slaat een prooi en gaat hem rustig zitten kroppen in het perceel wintertarwe van Henri Witkop langs de Noordertocht. Buikveren kleuren rood tijdens de maaltijd. Is het dezelfde is als die van vorige waarnemingen? Ongeveer een kwartier later en een slordige 200 meter verder, weer één! Dezelfde? Onmogelijk!
Langs de kavelsloot, vlak naast het punt waar twee natuurstroken samenkomen: De vleugeltekening zegt genoeg: mannetje blauwe kiek. Predator gepredeerd! Wie heeft blauwe kiek op z'n menulijst staan? De prooiresten bestaan uit uitgetrokken veren, een achtergebleven linker vleugel, een deel van de rechter en twee nog altijd mooie gele poten. Roofvogels trekken veren uit, zoogdieren knagen ze af. De achtergebleven resten liggen dicht bij elkaar. Er lijkt geen uitgebreide worsteling te hebben plaatsgevonden. Ook geen spoor van sleepwerk over de grond. Het doet denken aan het werk van een slechtvalk, die met een razendsnelle, harde aanval zijn prooi direct kan doden. De veldleeuwerikstroken en de slootkant zijn prima jachtgebied voor de blauwe (geweest). Zou deze beauty tijdens het jagen, zelf zijn gegrepen?




Kauwtjes
24.11.2008  2 foto's In het voorjaar vloog de een na de ander met een volgepropte krop naar de Flevocentrale. Met een lege keerden ze terug naar een voedselrijke plek op een van de landbouwpercelen. De jongen die toen werden grootgebracht, maken nu met hun ouders deel uit van een grote groep.
Met elkaar schuimen ze de omgeving af, op zoek naar alles wat eetbaar is. Hier hebben de holenduiven -echte zaadeters- mogelijk de weg gewezen naar de strolaag op het bollenveld. Daar zijn nog graankorrels in te vinden en die gaan er ook bij een kauwtje heel goed in.
Na een nacht met vorst en sneeuw is de voedselbehoefte groot maar is de voedselvoorraad grotendeels onder een witte deken verdwenen. De hele groep is net weer opgevlogen om het op een volgend stukje van het perceel opnieuw te proberen. De onbesneeuwde randjes van de verhoogde bedden blijken favoriet. Na het neerstrijken worden ze nauwgezet afgezocht door levenslustige, zwarte vogelrijtjes.




Ruigpootbuizerd
05 november 2008, de eerste waarneming van een ruigpootbuizerd in het Rivierduingebied. De ruigpoot overwintert in ons land en kan bij voldoende voedselbeschikbaarheid de hele winter op een vaste lokatie aanwezig blijven. Of hij die hier gevonden heeft zal nog moeten blijken. De veldleeuwerikstroken waar hij vlakbij aan het jagen was, zullen er zeker aan bijdragen.




Grauwe Kiekendief
21.05.2008  3 foto's Nauwelijks begonnen met een inventarisatieronde in 30 ha tulpenland of … Wat? Achter de tulpen … kiek! Grauwe kiekendief! Nog één? Fotoapparatuur in de auto! Kan ik dichterbij komen? Ja!

Gelukt! Foto's van twee grauwe kieken. Eerst wat verwarring over leeftijd en geslacht. Weinig ervaring met de soort. Later bleek het om jonge (2kj) vogels te gaan waarvan tenminste één een ongeringde man. Die griste stukken droge koemest van de pasgemaaide grasmat. Volgende dag één van de twee teruggezien, daarna niet meer. D.w.z.: niet deze twee.

Een week later: weer raak! Nu een volwassen man. Daarna werden hij en een geringd jong mannetje tot half juli regelmatig waargenomen. Sms-jes en zelfs mobiel life-verslag vanuit de trekker, maakten extra duidelijk dat de projectstroken en grasland met uitgestelde maaidatum de grootste aantrekkingskracht uitoefenden, zeker als er pas gemaaid was. Maar ook regulier beheerd grasland werd na het maaien graag afgezocht.
Half augustus nog een sms-bericht over een donkere vogel boven een van de projectstroken, die op precies dezelfde manier aan het jagen was als die andere grauwe kiekendieven. Nader contact leidde tot de conclusie dat het een juveniel moet zijn geweest.
Samen met een volwassen vrouwtje dat op 24 april werd waargenomen en toen voor doortrekker richting Groningen werd gehouden, brengt dit de teller op 6 verschillende individuen. Tijdens inventarisaties werd pas vorig jaar de eerste GrK in het gebied gezien. Een broedgeval kon helaas binnen de grenzen van het Rivierduingbied niet worden vastgesteld.

Het lijkt erop dat aanhoudende oosten wind in het voorjaar ons in de kaart heeft gespeeld -ook van de invasie roodpootvalken verbleef een groepje eind mei korte tijd in en vlakbij een van de projectstroken- maar dat de grauwe kiekendief het gebied heeft ontdekt, stemt hoopvol.
Door de komst van de grauwe kiekendief is ook Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief, geïnteresseerd geraakt in het Rivierduingebied en de Natuur- en Milieucoöperatie. SWGK is een werkgroep die zich met veel succes inspant voor bescherming van de soort en meedoet aan internationaal onderzoek.
De handen zijn ineen geslagen met als gevolg dat een van de onderzoeksproject voor een deel ook in het Rivierduingebied kan worden uitgevoerd.



←   bibliotheek     jaarverslagen   →
 
Nieuws

25.07 Zwaluwtelling
25.05 4 kievitkuikens in de aardappelen
02.05 Belevenissen in het Rivierduingebied
25.04 Foto's tulpenloop: 5km & 10km
15.04 Van de voorzitter

Waarnemingen

laatste waarneming
02.05 Belevenissen in het Rivierduingebied

Agenda

05.09 Kalverschuur open
12.09 Kalverschuur open
19.09 Kalverschuur open
26.09 Kalverschuur open
03.10 Kalverschuur open
10.10 Kalverschuur open
17.10 Kalverschuur open


 © NMC Rivierduingebied






Vrienden van het Rivierduingebied                          Vrienden van het Rivierduingebied                          Vrienden van het Rivierduingebied                          Vrienden van het Rivierduingebied

adlus advisering                     Vrienden van het Rivierduingebied                     Vrienden van het Rivierduingebied                      Vrienden van het Rivierduingebied

Vrienden van het Rivierduingebied                      Vrienden van het Rivierduingebied                      Vrienden van het Rivierduingebied                      Vrienden van het Rivierduingebied

Vrienden van het Rivierduingebied                      Vrienden van het Rivierduingebied                      Vrienden van het Rivierduingebied                      Vrienden van het Rivierduingebied



Ook vriend worden?